Het Domenie Dagboek

Package / Downloads  Screenshots  Amsterdam-Batavia / Flightplans / History  Bears review  Guestbook  Links  Home

Ik ben veel dank verschuldigd aan Johan Domenie, de zoon van Dhr. Domenie, die me attent maakte op het dagboek, en me toestemming gaf om het te publiceren. Alle tekst op deze pagina is copyright van Roelof Jan Domenie (avonturier, passagier aan boord van de Uiver, en schrijver van het dagboek), en mag op geen enkele andere manier gepubliceerd worden, zonder de toestemming van Johan Domenie.

De Uiverbemanning v.l.n.r.: Van Brugge (radiotelegrafist), Parmentier (Kapitein), Moll (Eerste vlieger), Prins (Boordwerktuigbouwkundige)

 

De passagiers, v.l.n.r.: P.M.J. Gilissen, Roelof Jan Domenie, Thea Rasche

De reis van Brazilië naar Hamburg in Duitsland werd gemaakt aan boord van       de "S.S. Cap Arcona". Een treinreis bracht de familie naar Den Haag. Op 12 Oktober gingen vader en moeder naar het KLM kantoor in Den Haag, alwaar aan vader 2 tickets werden overhandigd voor Fl. 4,500:Ticket #2257 van Londen naar Melbourne vertrek uit Londen op 20 Oktober, 1934; en ticket #2258 voor de terugreis Melbourne naar Londen - met een open retour datum.

Een week later ging hij terug naar hetzelfde kantoor en kreeg een bagage bewijs voor twee koffers van 30 kilo. Het gewicht van vader (in die tijd werd iedere passagier die aan boord van een vliegtuig ging gewogen, en het gewicht werd in het manifest bijgeschreven) was 82 Kilogram. Om 1:00 PM op 19 oktober zei vader vaarwel aan moeder op Schiphol in Amsterdam, toen vader en meneer Gilissen (een van de twee andere passagiers) aan boord gingen van een andere KLM kist, de "Snip". Toevallig staat ook een afbeelding van de "Snip" op de achterkant van de KLM uitnodiging. Vader kreeg ook pas nummer 583, uitgegeven door de "Royal Aero Club", die hem toestemming gaf aanwezig te zijn op vliegveld Mildenhall.

Alvorens aan boord te gaan, stuurde hij een brief, geadresseerd aan hemzelf in Sydney, die door de "Uiver" vervoerd zou worden.

Schiphol, Uiver en Panderjager

Vertrek van Schiphol

Mildenhall, Uiver en Boeing

EERSTE SEGMENT: LONDON - ROME

ZATERDAG MORGEN, MILDENHALL

6:34. Daar gaan we. Het zevende vliegtuig. Uitstekende start. Na een paar seconden zijn we al in de lucht. Een sensationeel gevoel.Mildenhall is al achter ons. Nog hoger. Links beneden ons zie ik nog twee vliegtuigen.

7:00 - we zitten op 2.000 meter hoogte, en stijgen nog verder. We zitten nu boven Het Kanaal op 3.400 meter. Een lichte wind uit het noordwesten helpt ons. Het weer is schitterend, kon eigenlijk niet beter. Parmentier heeft net zijn neus door de deur gestoken om ons te vertellen dat we wellicht langs Marseille vliegen, en direct doorvliegen naar Rome. Wat een mannen. 

7:15 - Ik kan de Franse kust al zien. Volgens de boordwerktuigkundige vliegen we gemiddeld ongeveer 330 km per uur. We blijven stijgen, nu op 3.600 meter. Ver beneden ons glijdt het landschap onder ons door.

7:30 - We zitten ver boven de wolken beneden ons. Het lijkt wel een groot sneeuwveld. Om de zoveel tijd zien we land tussen de wolken door. We moeten echt heel snel gaan.

8:00 AM - We beginnen ons al thuis te voelen. De boordwerktuigkundige is ook kok en steward. Hij heeft ons net wat gerookte paling aangeboden. We beginnen elkaar al beter te leren kennen. Fraulein Rasche is druk haar rapporten aan het schrijven, en de heer Gillissen is bezig voor het NRC. We blijven op 3,400 meter. Rondom ons zover ik kan zien een sneeuwveld van wolken. De kok poetst de keuken. Ondertussen hebben we een aanval gewaagd op al het verse fruit in de keuken, en ook onze tanden gezet in de Haagse Hopjes van Thea Rasche. Hoe sneller we al dat zoet ophebben, hoe beter, minder lading! Om 8:00 vliegen we over Reims. Het weer blijft hetzelfde. De boordwerktuigkundige heeft voor zichzelf een bed gemaakt, en ligt al te slapen. Ongetwijfeld is de man doodmoe van alle laatste wijzigingen in de laatste paar dagen van voorbereiding. Slaap goed, als we honger krijgen, dan maken we je wel wakker.

8:45 - We passeren Dijon en naderen Zwitserland. Moll heeft ons juist verteld dat we stijgen tot 4.000 meters, om over de Alpen te vliegen. (Bedenk dat de DC2 geen drukcabine heeft, en volgens de huidige normen mag men niet langer dan 20 minuten boven 10.000 voet blijven zonder drukcabine of zuurstof!). We proberen in een keer naar Rome te vliegen - tenzij we gedwongen worden om in Milaan te landen om te tanken. We zien voor ons al een paar bergtoppen hun neus boven de witte wolken uitsteken. Snelheid onverminderd 330 km per uur.  Schitterend! We komen dichter en dichter bij de bergen. Een rij pieken recht vooruit, ze steken ver boven de wolken onder ons uit Waar zullen we een pas vinden om tussen deze pieken door te vliegen? We zitten nu weer op 3.500 meter - en we krijgen thee geserveerd met beschuit met kaas. 3.600 meter. De Douglas ondervindt enige turbulentie. Hola! Het lijkt of we dichter bij de bergen komen. Aan onze rechterzijde de Mont Blanc. In de cockpit let iedereen scherp op. De deur is open en Mol en Parmentier bestuderen de kaarten. Hoe zullen we over de Alpen komen - en waar? Zitten we nu 2.000 meter boven de wolkenlaag? Nu vliegen we op 4.000 meter en de bergen komen alsmaar dichterbij.

9:10 - Ik kan de schoonheid niet beschrijven. Kon ik maar uitleggen wat een uitzicht ik nu zie. Rustig maar Douglas we komen er wel. 4.200 meter, mijn neus zit aan het venster gekleefd.

9:30 – Nog een sprong we zijn over de bergen. Ver beneden ons kunnen we om de zoveel tijd kleine dorpjes zien. Die mensen kunnen niet geloven dat er op nu 4.600 meter een groep Hollanders op weg is. Beneden ons een gletsjer, voor ons verdwijnen de bergen.  We dalen en vliegen Italië binnen.

10:00 - Een schitterend gezicht op de Italiaanse meren. Overal zien we kleine dorpjes omgeven door een schaakbord van landerijen. Het ziet er uit als een puzzel. Ja, we vliegen non-stop naar Rome! Ik kan bijna niet geloven dat ik in zo’n korte tijd zo ver heb kunnen vliegen. Beneden ons beginnen zich weer wolken te vormen, alleen rechts kan ik nog een teken van land zien van tijd tot tijd.

10:10 – het wordt alweer wat lichter. Hoe mooi is het Italiaanse landschap beneden ons. Aan de rechterkant de Apennijnen. Het moet er weinig geregend hebben, want de rivieren lijken laag te staan.

10:15 - We horen dat we over een uur en een kwartier in Rome zullen aankomen. Gemiddelde snelheid sinds onze start is 320 km per uur.

Om 10:30 zitten we op 3.600 meter, dus hoog boven het terrein beneden ons. Het wordt warmer in de cabine. Jassen zijn uitgedaan, en liggen in de netten boven ons hoofd.

Om 11:10 zitten we op 2.000 meter.  In Rome zullen we brandstof bijvullen, en hebben we 20 minuten om wat spaghetti te eten, en dit weg te spoelen met een flesje Chianti - we moeten de moed erin houden! Ik stop nu met dit deel, om het in Rome op de post te kunnen doen.

Een tekening van de start van de Uiver. Ook de Comet Grosvenor House, en de Boeing 247 staan klaar.

Boven de Alpen

Rome, waar de Uiver het eerst landde. Hun vlucht ging zo goied, dat ze besloten niet in Marseille te landen, maar naar Rome door te vliegen zonder extra stop.

Terwijl Parmentier een perzik eet, tekent Moll het logbook

TWEEDE SEGMENT: ROME - ATHENE

12:30 - We zijn al weer op weg. We vertrokken uit Rome om 12.00 uur, en over de rechtervleugel kunnen we het eiland Capri zien. En aan de linkerkant is het Italiaanse platteland. Oude, kleine grijze dorpjes die als speelgoed zijn vanaf deze hoogte. En nog steeds de Apennijnen. Kale bergen met maar weinig sporen van bebouwing. We vliegen nu op 2.000. We zetten koers naar Athene, en de vlucht zal ongeveer 3½ uur duren.

We ondervinden een geringe tegenwind en klimmen naar 3.000 meter, waar de wind gunstiger is. Daar! Ik zie Vesuvius. Laat me even terug gaan en jullie wat informatie geven over onze aankomst in Rome. Alles was goed georganiseerd. De benzine wagens stonden klaar, en we hadden zelfs voor elk van ons klaargemaakte lunchpakketten. Een KLM werknemer was ons vooruit gegaan naar Rome om van tevoren elk detail te regelen. Er waren veel fotografen, belangstellenden en handtekeningjagers. Net voor de middag kregen we te horen dat we weer aan boord moesten, en vlak daarna waren we al weer in de lucht, nu over de oudere delen van de stad Rome. In de omgeving van Napels besluiten we de lunchpakketjes te openen die we in Rome hadden gekregen. We zitten op 2.000 meter en de drie passagiers hebben een ontspannen lunch met de radioman en de werktuigkundige: koude kip, gerookte paling, hardgekookte eieren en, om het wat makkelijker door te kunnen slikken, nog wat Chianti. In ieder geval genoten de passagiers van de Chianti – maar niet de bemanning. Het kon niet beter. De Captain en de Eerste Officier kwamen om de beurt even bij ons zitten terwijl we doorvliegen naar Athene. 

13:30 - We zien de Adriatische Zee. En daar is Brindisi, het bekende Italiaanse militaire vliegveld. Later zien we de contouren van de Albanese kust. We vliegen nu boven de Adriatische zee op 2.800 meter. Geen twijfel dat ergens beneden ons een kapitein van een vrachtboot naar boven kijkt, en zich afvraagt waar die grote vogel naartoe vliegt. Wel, beste kerel, we vliegen naar verre landen. 

14:30 – We blijven verder vliegen. We zijn boven Griekenland. Kale bergen en bijna geen bewoning. Op ons heet dat geen effect. Over een uur zullen we in Athene landen waar onze “Doug” zijn dorst kan lessen. Wook wij hebben dorst gekregen, en de Cognac fles, die ik heb meegenomen, word gedeeld met mijn twee medepassagiers.

14:55 - We hebben net het nieuws ontvangen dat onze landgenoten in de "Panderjager" ergens in het zuiden van Joegoslavië zijn. Hadden ze soms mechanische problemen? Ze zouden vóór ons moeten zitten. Ze zijn voor ons gestart, en zouden non-stop naar Athene vliegen. Maar goed, we zullen wel meer te horen krijgen als we in Athene zijn. Geen twijfel dat andere deelnemers daar ondertussen al voor ons zijn geland.

Tanken in Aleppo werd met de hand gedaan

DERDE SEGMENT: ATHENE - BAGDAD

20:45 – De klok aan boord geeft aan dat het 20:45 GMT is (Al 22.15 in Aleppo.) We vliegen net weg uit Aleppo, en vliegen over Syrië in de richting van  Bagdad waar we over 2½ uur verwachten aan te komen. In Athene waren we 30 minuten aan de grond om brandstof en olie in te nemen, maar zelfs in zo’n korte tijd werden we overweldigd door de Atheners, die ons vragen stelden in het Grieks, wat niemand van ons verstond. We glimlachten en knikten, dat was alles wat we konden doen. De Grieken zijn geweldig, maar 30 minuten was meer dan genoeg!

Hoe dan ook, een paar minuten na 16:00 uur hoorden we de ondertussen bekende woorden: ‘OK, heren – en daarmee werd ook Fraulein Rasche bedoeld - allemaal terug aan boord’. We klommen naar binnen, en zwaaiden naar het publiek. Net tijdens zonsondergang konden we onze eerste blik op de Turkse kust werpen.

Om 18.00 vlogen we in het donker. Onze Douglas, nu op 3.000 meter, baadde in het licht van een bijna volle maan boven ons. Ver beneden ons konden we de lichten zien van verschillende kleine eilanden, terwijl ze naar achter leken te schuiven. Nu drong het pas echt tot ons door aan welk een buitengewone onderneming we deelnemen. Ondertussen heeft de boordwerktuigkundige drie van de passagiersstoelen veranderd in ‘bedden’ en al snel waren we in slaap, terwijl de Douglas doorvloog over Turkse grond. Wat een ervaring. Ver boven 3.000 meter genieten drie passagiers van een diepe slaap, in een wonder van moderne techniek. Zoals verwacht kan worden, open ik mijn ogen zo nu en dan als we een luchtzak raken, maar al gauw vallen we weer in slaap bij het grommen van de motoren. Zo jongen, je verdient wat rust na een dag vol emoties, laat het vliegtuig maar zijn werk doen. Ik moet toch geruime tijd geslapen hebben, maar gedempte stemmen wekken me. Het is de radioman, die net bericht heeft ontvangen dat de Mollisons (in een Comet) aangekomen zijn in Bagdad om 19:45. Ze zijn er dus veilig aangekomen, ondanks wat eerdere moeilijkheden. 

Na vier uur vliegen zien we de lichten van Aleppo. Ondanks zijn vele vluchten naar het Verre Oosten, is Parmentier hier nog nooit geweest. Dus op dit moment, zeker `s nachts moet hij extra opletten. Gelukkig zijn er genoeg signaallampen, dus na een paar draaien landen we veilig op Syrische bodem.

Alweer hetzelfde spel. Franse beambten demonstreren hun belangrijkheid. Een grote groep nieuwsgierige toeschouwers, gesticulerende mannen op de tankwagen. We laten ons naar en tent slepen die speciaal voor de gelegenheid is neergezet. Hier worden we bedolven onder koffie en broodjes, maar, beste vrienden, we moeten verder. We zijn geen deelnemers aan deze wereldrace voor ons plezier – we moeten ons aan het tijdschema houden. Binnen 30 minuten klimmen we weer aan boord van de Uiver, en zijn al snel boven de hoofden van de Fransen en Syriërs, op weg naar Bagdad.

Voor ons geen rust, we moeten door. Wij passagiers vliegen het onbekende in. Hoewel Fraulein Rasche een bekende pilote is, is zij toch al een paar keer naar achter moeten gaan, een beetje bleek om de neus. Voor een vrouw moet zo’n tocht extreem vermoeiend zijn. Maar, daar kunnen we niet teveel aandacht aan besteden, we moeten verder naar onze eindbestemming: Melbourne.

Nog een teken van het gebrek aan populariteit van de Mollisons (waarom), bleek in Aleppo. Een Engelsman benaderde me en vroeg met zijn handen op mijn schouder of we al iets van de Mollisons gehoord hadden. Ik antwoordde hem dat we gehoord hadden dat ze al in Bagdad geland waren. Hij antwoordde:”Ik ben blij dat ze niet hier geland zijn, niemand vind ze aardig” (echter, weer werd ons geen reden gegeven voor dit gevoel.) 

We hebben net het nieuws vernomen dat de Comet, gevlogen door Scott and Campbell in Bagdad is geland om 20:55 (Mildenhall tijd.) Daar moet wel een grote activiteit heersen. Dit is het eerste controlepunt voor de racers. Wij verwachten over een half uur in Bagdad aan te komen, oftewel 23.50. Dit wordt vanuit Bagdad verstuurd, en ik zal jullie later meer over de vlucht vertellen.

Kamelen in de Syrische woestijn

Antieke ruines in Irak

Baghdad

Tanken in Baghdad

In Baghdad, landde de Uiver in de nacht, derde na de twee Comets van de Mollissons, en Scott en Campbell Black.

VIERDE SEGMENT: BAGDAD - ALLAHABAD 

18:00(locale tijd) – We hebben de hele dag gevlogen, en nu is het tijd om mijn indrukken op te schrijven. Hoewel we laat in de nacht in Bagdad landden, waren er veel mensen op het vliegveld. We werden enthousiast begroet toen we het vliegtuig verlieten, en in een groep werden we naar het restaurant geleid. De bediening was zeer goed. Iedereen deed zijn best om ons verblijf zo makkelijk mogelijk te maken. We hoorden dat we het derde vliegtuig waren dat in Bagdad landde. De Mollisons and Scott & Campbell zijn ons voor. De "Panderjager' wordt binnen dertig minuten verwacht om te landen. Kun je je voorstellen hoe opwindend dit allemaal is? 

De bemanning en passagiers ervaren alles samen. Na 45 minuten was alles in orde en we vertrokken alweer onder luid gejuich van degenen die achter bleven op de grond. We hebben ook de heer Veenendaal ontmoet, de hoofdredacteur van het blad Cockpit. Hij is donderdag uit Engeland vertrokken, en hier pas vanochtend aangekomen – en wij zijn nu al hier! Het in onvoorstelbaar…. 

We hadden nog een groots gevoel van trots. Net op het moment dat we aan boord gingen, kwam de "Panderjager" binnenfluiten. Hoe rustig we ook wilden zijn, iets bleef in onze keel zitten toen we de groene en rode lichten van onze landgenoot zagen. Ondertussen, ver van huis, stap ik van een vreemde bodem in dit machtige vliegtuig, waar een team van wakkere mannen klaar is om ons verder te brengen in het onbekende. En wij, passagiers, doen ons aandeel door de wereld ervan te doordringen waarom het allemaal gaat. 

Al snel zijn we weer op 4.800 meter, en kruipen onder onze jassen om een beetje warm te blijven, want het is verduiveld koud buiten. Toen ik wakker werd scheen de zon al, en vlogen we over de Perzische kust. Wat een saai en verlaten landschap. Rotsachtig met stukken zand. Maar natuurlijk interessant voor iemand die dit nog nooit vanuit de lucht heeft ervaren. Is er een betere manier om de wereld te zien dan vanuit de lucht? Onmogelijk. We vliegen steeds verder. We zien Jask (Perzië), alleen maar wat stenige gebouwtjes en tenten, allemaal op een hete zanderige achtergrond. Allen voor de landing hier doen we onze korte broeken aan, zodat we niet verstikt worden door de hitte.

Hier in Jask is er alleen een jong Nederlands echtpaar om ons te begroeten. De rest zijn Perzen, alweer het geschreeuw, gegil en gezwaai met armen als ze beginnen onze tanks te vullen. Helaas (alweer) mogen we geen foto’s nemen. (Dit scheen vrij algemeen, omdat overheden het maken van foto’s van vliegvelden verboden.) Dus kunnen we de inspanningen van deze mannen niet op een foto laten zien. Ondertussen zochten we de schaduw op in een klein stenen gebouw, waar iemand voor verversing had gezorgd.

9.15 - de motoren draaien alweer. Kom op, nu recht naar Karachi in Brits Indië. We blijven klimmen tot grotere hoogte, omdat we daar sneller kunnen vliegen. In Jask werden we ook geïnformeerd dat de Panderjager ons op onze hielen zat, dus we kunnen geen seconde verliezen. We hebben een vlucht van 5 uur voor de boeg. In principe blijven we de kustlijn volgen, die eindeloos lijkt, zonder waarneembaar verschillende geografische aspecten.

Tijdens dit stuk zat ik een half uur in de stoel van de co-piloot, terwijl de gezagvoerder de verschillende instrumenten verklaarde. Ik mocht het vliegtuig zelfs even een paar minuten vliegen. Zelfs met de geringste druk reageerde dit vliegtuig alsof het een klein sportvliegtuigje was. Tijdens onze terugvlucht wil ik proberen nog wat meer ‘airtime’ te krijgen.

14.45 - we kunnen Karachi al zien. We waren ongeveer 30 minuten op de grond. Genoeg om het vliegtuig na te kijken, en voor ons om wat te eten en te drinken. Alles was perfect in orde. Hier hoorden we dat de Mollisons hun landingsgestel beschadigd hebben terwijl ze hier eerder op de dag landden. Nou, ze besloten door te vliegen, maar keerden 20 minuten later al terug. Volgens de laatste berichten zullen ze niet in staat zijn te starten tot vroeg in de morgen. Zo verspelen ze dus een goede kans op de eindwinst.

Dus, de enige mensen die nog voor ons liggen is het team van Scott en Campbell in hun Comet. Zij zijn blijkbaar al om 15.00 uur in Allahabad geland.

Wij kunnen daar ten vroegste om 20.30 uur vanavond zijn, dus zij hebben 5½ uur voorsprong. Ook hebben we al over de radio gehoord dat onze voorsprong op de ‘Panderjager’ al is opgelopen tot 1 uur. Geweldig! Aan de andere kant betekent dat niet zoveel. Wij hebben niet zoveel brandstof in onze buik, en moeten dus meer tank stops maken. Maar we laten ons niet klein krijgen. Het moeilijkste stuk van de reis ligt nog voor ons, en misschien kunnen we Scott en Campbell nog inhalen.

Ik kan me bijna niet voorstellen dat we gister morgen nog in Engeland waren, en nu al in Karachi. Ongelofelijk. Als alles goed gaat, zijn we morgen al in Batavia. Drie dagen! Maar, laten we de huid nog niet verkopen. Het diner wordt geserveerd, het is donker buiten. De kippenpootjes zullen goed smaken op 4.500 meter.

Tanken in Bagdad

Bushir

Golfkust

Jask

Karachi

Karachi

Het vliegveld van Alahabad

VIJFDE SEGMENT: ALLAHABAD - SINGAPORE

Het is nu maandag morgen 08.15 plaatselijke tijd in India. We vliegen op 3.500 meter tussen Rangoon en Alor Star over de Indische Oceaan. Schitterend uitzicht. Beneden ons is de blauwe zee gestippeld met honderden eilanden en vulkanische afzettingen.

De vorige nacht zijn we heel goed ontvangen in Allahabad. In de tent, die voor deze gelegenheid was geplaatst, was een tafel gedekt voor een ‘snel etentje’. We werden goed bediend door Indiërs in kleurrijke hoofdtooien. We hadden gedacht ons even te kunnen scheren, maar er was geen tijd of plaats voor. We werden de hele tijd omringd door vreemden die ons aanstaarden, en duizenden vragen stelden. We hebben twee jonge landgenoten getroffen, die een treinreis van 24 uur hebben gemaakt, om ons te zien landen en ons te begroeten.

We hoorden dat de ‘Panderjager’ binnen een uur verwacht werd, terwijl het daarop volgende vliegtuig, gevlogen door Turner, net voorbij Karachi is. Dus we moeten verder, geen tijd te verliezen. Om 20.45 zijn we weer in de lucht, met bestemming Calcutta.

Om 21.45 hoorden we op de radio dat de ‘Panderjager’ moeilijkheden had om Allahabad te vinden. Ze probeerden radiopeilingen te krijgen, maar hadden geen succes. Wat een spanning. Die mannen zitten hoog in de lucht, net als wij, en zijn verdwaald.

Even later pikten we een ander radiobericht op vanuit Allahabad. Dit zei: ‘Nederlands vliegtuig neergestort’ zonder verdere details. Je kunt je voorstellen hoe we ons op dat moment voelden over onze Landgenoten. Wat is er met de bemanning gebeurd? Zijn ze in veiligheid?

We kwamen om 21.45 in Calcutta aan, en hoorden dat de Panderjager zijn landingsgestel had beschadigd, maar dat de bemanning ongedeerd was. De Panderjager was echt geboren met een vloek.

Het vliegveld van Calcutta is zeer klein, moeilijk te vinden, en moeilijk om er te landen. De gezagvoerder zegt ons dat we onze veiligheidsriemen moeten omdoen. Dan landen we, een harde landing, en hard remmen. We stoppen voor het restaurant. Goed gedaan Captain! Proficiat!

Op het vliegveld heeft een groep Hollanders zich verzameld, die ons met lang en luid roepen verwelkomen. Gek, ik heb er Dhr. Calcoen ontmoet, die enkele jaren geleden voor me werkte bij de bank. Fijn hem weer te ontmoeten, maar na 25 minuten krijgen we opdracht weer aan boord te gaan. Mensen overladen ons met cadeaus, waaronder een zelfgebakken krentenbrood. Hier genieten we nu van. Een vrouw vertelde me dat ze net was aangekomen in Calcutta, na een boottocht van 26 dagen! En wij zijn nu al hier, gistermorgen waren we nog in Engeland!

Na ons vertrek uit Calcutta worden om 23.15 onze bedden klaar gemaakt. Terwijl de drie passagiers slapen, vliegen we hoog over de Golf van Bengalen.

Ik werd wakker uit een diepe slaap terwijl we gewaarschuwd werden om onze veiligheidsriemen weer vast te maken, waarom?

We naderen Rangoon, en zullen weldra landen. Het is al 04.30 ’s morgens. Dit is ook een heel klein vliegveld en het is echt een moeilijke klus om zo een grote machine te landen midden in de nacht. Nou, alles ging goed en binnen een paar minuten waren we aan de grond, en genoten we van een warme kop koffie. Alweer deed iedereen zijn uiterste best voor ons. Maar, dan weer opschieten, we moeten vertrekken. We hebben nog een lange weg te gaan voor onze eindbestemming. Om precies 05.00 uur zijn we weer in de lucht. De zon komt op, schitterend!

09.00 - Binnen een uur moeten we in Alor Star aankomen. We vliegen nu boven Maleisië. Niets dan tropisch regenwoud en alleen her en der een kleine hut of een paar hutten. Fantastisch om te zien hoe de rivieren zich als slangen door de bergen kronkelen. Een paar minuten geleden hoorden we dat Turner ook problemen had om Allahabad te vinden, maar hij was nu veilig aan de grond nadat veel kostbare tijd verloren was gegaan. Op dit moment moet hij meer dan 12 uur op ons achter liggen. We vragen ons af hoe het Scott en Campbell vergaat. Blijkbaar zijn ze al uit Singapore vertrokken, zeer vermoeid. Geen twijfel dat zij nu de beste kansen hebben op de eindoverwinning. Zet hem op, jongens!

10.30 - Over tien minuten verwachten we te landen. Overal waar we kijken zien we rijstvelden. Deze reis wordt steeds interessanter en educatiever. We dalen.

11.10 - weer in de lucht. Ons hart was ons even in de keel blijven steken. Het vliegveld was extreem nat en toen we landden schoot het water overal om ons heen. Maar het starten met volle belading op een natte grasbaan zou nog moeilijker worden. De gezagvoerder keek uit naar het droogste stuk en liet dan de motoren op volle toeren draaien. Langzaam ging het vliegtuig sneller, en we bleven door de plassen rollen. Iedereen was gespannen. Maar de stoten werden minder terwijl de vleugels door de wind werden opgetild. Ineens zijn we weg, en draaien scherp, terwijl de rechtervleugel over een klein huisje scheert, dat naast een rijstveldje staat aan het eind van de startbaan. 15 minuten later zijn we alweer op 4.000 meter hoogte. In Alor Star heb ik wat filmpjes gemaakt. Een grote menigte kleurrijk geklede mensen zwermde om ons heen, een mooi schot voor de camera.

14.50 - we zijn net vertrokken uit Singapore. Wat een schitterende ontvangst hadden we daar. Luid gejuich toen de deur opende en we naar buiten stapten. Een grote groep van de Nederlandse Kolonie was hier om ons te begroeten. Overal waar we komen volgen de mensen de race met grote interesse, en ze zijn tot op zekere hoogte nerveuzer dan wij zijn. (Ongetwijfeld zijn we erg kalm omdat we ons niet realiseren wat er gebeurt!). We zijn allemaal meer gespannen nu we de laatste stukken van de race naderen. Als altijd geldt, ‘De laatste loodjes wegen het zwaarst’. Vannacht moeten we over de Timor zee vliegen, en we hebben gehoord dat het daar behoorlijk kan spoken.

Parmentier informeert ons dat we Batavia zullen bereiken om ongeveer 17.30, en hij verwacht dat we onderweg in slecht weer terecht zullen komen. Is dit mogelijk, dat we de kust van Sumatra zullen zien op de derde dag sinds ons vertrek uit Mildenhall? Als ik uit het raam kijk, zie ik een kleine vloot vissersboten. Geen twijfel dat ze naar ons zwaaien. Wat een uitzicht van 4.000 meter. Ik eindig dit stuk, en doe het in Batavia op de post. Als alles goed gaat zijn we morgenavond in Melbourne! Is dit mogelijk? Laten we kijken wat de toekomst voor ons in petto heeft. En we moeten nodig de cabine een beetje opruimen voor we landen.

De Comet aan de leiding krijgt nieuwe brandsto in Alahabad

Na Karachi, gingen ze naar Jodhpur en Allahabad, waar de Mollisons in de Black Magic de race moesten verlaten met een kapotte motor. In de achtergroend de Panderjager, met een beschadigd landingsgestel

De andere Nederlandse deelnemer, de Panderjager, werd vernietigd in een crash. Alle drie de bemanningsleden overleefden.

ZESDE SEGMENT - SINGAPORE, CHARLEVILLE

Dinsdag morgen 07.00 uur. Het wordt heel moeilijk om te beschrijven wat we allemaal hebben meegemaakt sinds we Singapore gistermorgen hebben verlaten. Er is zo veel gebeurd, dat ik waarschijnlijk enige gebeurtenissen over het hoofd zal zien. We zullen zien.

Het begon met vliegen over de kust van Sumatra. Niets dan tropische regenwouden. De bomen stonden dicht op elkaar gepakt en het werd duidelijk hoeveel geluk we hadden omdat je alleen maar vanuit de lucht een goed beeld kunt krijgen hoe uitgebreid deze wouden zijn.

En dan die wolken formaties, geweldig! Soms waren de wolken onder ons, dan vlogen we ertussendoor, en de volgende keer waren ze boven ons. Dan ineens verdwenen we in een zware wolkenformatie, om er aan de andere kant uit te komen in een helder blauwe lucht. Rechts van ons dreigende donderkoppen, maar gelukkig vlogen we erlangs.

Vlak voor we het eiland Java zagen, kwamen we langs de zogenaamde 1000 eilanden. Daar liggen ze als oesters in de blauwgroene oceaan. Soms stipjes van vissersboten op de zee. Sommige ‘eilanden’ zijn in werkelijkheid onder water, wat hun die groene kleur geeft.

17.00 - Java komt in zicht. Het is niet verwonderlijk dat mijn gedachte terug gaat naar 2 dagen geleden, toen we nog in Europa waren. Maar we hebben niet veel tijd om herinneringen op te halen. Eerst over Tandjong Priok, en nu Batavia. De mensen staan opeengepakt op het vliegveld. Iedereen zwaait, handen, hoeden, vlaggen! We maken de bocht om te landen op het vliegveld Tjililitan. Er moeten wel duizenden mensen staan om onze aankomst af te wachten. Auto’s staan stil naast de weg. Nog een bocht en onze wielen zijn op de grond.

Wat een ontvangst! Aan het roepen en schreeuwen komt gaan einde. We worden uit het vliegtuig getrokken, en naar een radio gebracht, waar een ieder van ons een paar woorden moest zeggen. We konden niet bewegen, want iedereen stond te duwen.

Wat een vooruitgang. Kun je je voorstellen, dat je in Indië staat, en weet dat je stem op hetzelfde moment gehoord wordt in Holland?

Dan nog meer foto’s en wat verfrissingen. Persoonlijk werd ik opgevangen door dhr. Barda. Hij zal wat reisjes voor ons organiseren op Java en Bali, als we terugvliegen.

Ondertussen zijn onze tanks opnieuw helemaal vol, en om 17.45 krijgen we opdracht om weer aan boord te gaan, gevolgd door duizenden mensen die ons alle goeds toewensen.

Net na het opstijgen ontvangen we een telegram van Fokker, waarin hij zegt dat hij onze stemmen via de radio heeft gehoord. Hij wenst ons vóórtdurend succes toe. Dat was snel werk, onze uitzending, en zijn antwoord aan ons hier in de lucht.

Nu begint de nachtvlucht over onze Indische Archipel, die uiteindelijk zal leiden naar Darwin in Australië. Nu kunnen we dat zeggen ‘Australië’. Onze eerste stop zal op Rambang zijn, op het eiland Lombok. Parmentier zet het vliegtuig mooi neer met behulp van een volle maan.

Er zijn 50 Hollanders op dit eiland, en ze waren allemaal hier om ons te begroeten, samen met de inlanders. Hoe gelukkig waren onze landgenoten om ons te zien. En ze hadden onze voortgang al drie dagen gevolgd. Hier zijn we, op dit kleine eiland, badend in het licht van een volle maan, omringd door landgenoten, terwijl ons betrouwbare vliegtuig wordt verzorgd. De inlanders stonden in opperste verbazing te kijken naar de afmetingen van dit enorme vliegtuig.

Dertig minuten later waren we alweer in de lucht in de race naar Koepang op Timor. Voor de grote sprong naar Australië. Deze etappe zal ongeveer 4 uur duren. Het grootste deel van de tijd vliegen we over water, met het land in de verte.

We arriveren op Timor om 02.30 uur, en alweer was er een groots welkom van de Nederlandse Kolonie. Sommigen waren al sinds de middag op het vliegveld om op onze aankomst te wachten. De hele tijd werd naar het laatste nieuws geluisterd op de radio. Je had moeten zien hoe gelukkig ze waren toen we ze de krant van vandaag uit Batavia gaven. Normaal kregen ze dat nieuws pas negen dagen later, als de boot binnen komt.

De Nederlanders sturen ons op weg over de gevaarlijke Timor zee, met als bestemming Darwin. Van 03.15 tot 06.15 vlogen we richting Darwin over de Timor zee, waar in overvloed haaien voor komen. We hebben een behoorlijke tegenwind, en hoog boven in de lucht dansen we door luchtzakken, soms in de wolken, soms in het maanlicht, in de richting van Australië.

Ik was een hele tijd wakker. Ik zag de wolken aan mijn raam voorbij vliegen, en als de maan doorbrak, was dat een schitterend gezicht. Ver onder ons leek de zee kalm vanaf 2.500 meter. Ik zal deze indrukken nooit vergeten. En dan het idee dat we ons hoog in de lucht met een snelheid van meer dan 280 km/h van Holland verwijderen. Op hetzelfde moment klimmen jullie in Nederland waarschijnlijk net in bed, om te dromen van avonturiers ver weg. (Avonturiers in jullie ogen, maar eigenlijk gewoon passagiers.)

Om 06.00 uur zag ik de Australische kust voor de eerste keer. We hebben het gehaald! Twintig minuten later waren we aan de grond in Port Darwin. Drukkende warmte. Wat een trieste en verlaten plaats. In een kleine tent kregen we thee en ‘dug’ aangeboden. (Die uitdrukking had ik nog nooit gehoord). Dertig minuten  later gingen we vol geladen weer de lucht in.

We hoorden dat Scott en Campbell vorige nacht aankwamen op maar één motor, de ander was ermee opgehouden boven de gevreesde Timor zee. Wat een ervaring voor die mannen. Hoewel ze een snelle reparatie hebben uitgevoerd, had de slechte motor toch nog te leiden van lage oliedruk, maar ze besloten door te vliegen. Ze waren bang dat wij ze nog konden inhalen. Men kon ons geen informatie geven over de andere deelnemers.

09.00 - De laatste twee uur vliegen we over de verlaten Northern Territory. Plat, met hier en daar een boom of wat vegetatie. Onze eerste bestemming is Cloncurry. We blijven de wolken ontwijken, en Parmentier besluit de kustlijn te volgen, om de navigatie te vergemakkelijken.

11.30 - Ik zit weer in mijn stoel nadat ik een uur in de cockpit heb doorgebracht. Ik zat in de stoel van de gezagvoerder, terwijl Moll vloog. Wat een uitzicht. Kun je je voorstellen dat je in de neus van een voortsnellende kogel zit, op 4.500 meter, terwijl je in en uit grote wolken vliegt. Als je uit zo’n wolk vliegt, zie je het land ver beneden je, en een blauwe lucht boven, geweldig!

Dit was geen makkelijk stuk voor de navigator. Plat land zonder geografische kenmerken. Ook was het moeilijk onze drift te meten, en ook geen radiocontact. Maar we arriveerden in Cloncurry zoals voorspeld om 12.30. Hier waren natuurlijk geen Hollanders in dit Godverlaten land, maar het enthousiasme voor ons was net zo groot. We hoorden dat Scott & Campbell veilig in Melbourne waren geland, dus zij hadden e eerste plaats in de snelheidsrace gewonnen.

Na drie opgewekte Hoera’s voor deze mannen, zei iemand ‘And what about the Dutchmen’, en wij kregen dezelfde hoera’s. Aardige mensen!

Ondertussen moesten we onze horloges weer verzetten, dus het tijdsverschil met Nederland was nu 8 uur. Het is 16.00 en we zijn nu op weg naar onze laatste tussenstop: Charleville. En dan Melbourne. Ik kan het niet geloven. Dit betekent dat we net voor middernacht in Melbourne zullen zijn. Maar het gaat ons lukken. 

De gezagvoerder en co-piloot gebruiken nu zuurstof, want we zitten nu op 5.000 meter om de steeds groter wordende wolken en stormen te ontwijken. De eerste officier legt uit dat als we lager zouden vliegen, we veel turbulentie zouden hebben, en ook langzamer zouden vliegen. Ook zou het de navigatie bemoeilijken. Land kunnen we niet zien. 

Maar, om 19.00 uur zijn we boven Charleville. Het is nog licht, maar als we komen aanvliegen voor de landing, wordt er een rode fakkel de lucht in geschoten. De motoren worden weer op volle toeren gebracht, en we beginnen om het veld te draaien. We vliegen een paar rondjes, en Parmentier is kwaad over dit oponthoud. Uiteindelijk worden wat vaten met benzine aangestoken, en komt er een groene fakkel in de lucht. We landen in de aangegeven richting, en komen in een modderig gat terecht. We hebben hulp nodig om eruit te komen. De uitleg voor deze gang van zaken is dat men nog niet klaar voor ons was, hoewel we dit al 1½ uur geleden hebben aangekondigd. Alles is hier slecht georganiseerd. Ik zou het een cijfer beneden 0 geven.

We zijn blij om binnen 45 minuten weer op weg te zijn, de plaats met het langste oponthoud. Het is 20.30 uur, en we zijn alweer hoog in de lucht. De laatste etappe is aangebroken, en we verwachten om 0.30 uur in Melbourne te arriveren. Laten we ons maar vast klaar gaan maken, en de spullen inpakken.

1000 eilanden

De DC2 landde in Batavia, binnen 3 dagen. Het was een nieuw record voor de KLM, op hun beroemde Amsterdam-Batavia lijn

De ontvangst was geweldig, door duizenden toeschouwers. De bemanning moest de landgenoten in Nederland per radio toespreken, en ze waren bang dat ze tijd zouden verliezen in de race

Tanken in Batavia

Rambang

Boven Timor zee,  of Haaien zee, nadren we Darwin

Scott nam een pistool mee. In ht geval van een noodlanding in de zee, kon hij zichzelf van het leven beroven, zij hij later. Scott had nog een duister moment, toen een motor ermee stopte stopped. Hij moestDarwin op de andere motor zien te bereiken.

Scott in de Comet was het eerste in Darwin, de Uiver tweede, en Turner en Pangborn in hun  Boeing 247D derde.

De jonge Australier Melrose bereikte Darwin met een afgeslagen motor, als gevolg van lege brandstof tanksnadat hij was verdwaald boven de zee. 'Het einde' was een notietie inz zijn logboek. Hij vloog een eenmotorige DeHavilland Puss Moth. Hij won de derde prijs in de Handicap Race.

Cloncurry

ZEVENDE SEGMENT: CHARLEVILLE - MELBOURNE

Hier eindigden de vertellingen van Dhr. Domenie. Zonder twijfel zijn er notities van het gevaarlijkste stuk van de reis, maar zowel zijn originele aantekeningen, als getypte aantekeningen zijn niet gevonden.

We weten echter wat er is gebeurd.

Het werd donker tijdens hun laatste etappe naar Melbourne. Ze kwamen in een zware onweersbui terecht. Ze moeten dalen tot 1000 meter om uit ijscondities te blijven, de bergen rondom zijn 2000 meter hoog. Na een uur te hebben rondgecirkeld, is oplichtende stadsverlichting zichtbaar. Albury zond haar naam in morse met de straatverlichting. De Uiver zou er kunnen landen op een racebaan. Ze vlogen over hun bedoelde landingsplek, en schoten lichtfakkels af om deze te verlichten. De inwoners van Albury plaatsten hun auto’s in een rij langs de ‘landingsbaan’. Ze kunnen veilig landen. De volgende dag was het weer beter, maar de Uiver stond tot haar assen in de modder. De bevolking van Albury moest het vliegtuig met touwen eruit trekken. Alle onnodige gewicht werd achtergelaten (stoelen, voedsel, post, passagiers, en zelfs Van Brugge en Prins), om een start op deze korte baan mogelijk te maken.

De Uiver komt als tweede over de finish in Melbourne. 

In ‘Het Vliegveld’ van december 1934 staat nog het volgende opgetekend, onder het kopje ‘Indrukken van een Uiver passagier’ door R.J. Domenie:

Onwillekeurig denk ik bij het neerschrijven van deze regels aan die nacht van 24 Oktober, en aan de vraag, die me deze dagen zo herhaaldelijk gesteld is: ‘waren jullie niet bang daar boven Albury’. Natuurlijk, wij passagiers hebben ‘m een beetje geknepen, hoewel, dat meen ik eraan te mogen toevoegen, we niets aan elkaar hebben doen blijken, want diep in ons was toch de vaste overtuiging: ‘ze zullen ons er doorhalen; hoe en op welke manier weten we niet, maar deze mensen zijn voor hun taak ten volle berekend.’ We hebben niets teveel verwacht. De meesterlijke hand van Parmentier zette de Uiver, tegen de verwachting van de honderden, die intussen naar de race-course gestroomd waren, veilig op de grond. Diezelfde dag hebben de twee mannelijke passagiers o.m. kennis gemaakt met de thans alom bekende, zo zeer symphatieke Lord Mayor van Albury. Het was op dat moment al vrij laat, en de bemanning was al onder de wol. Zodoende waren wij beiden wel verplicht de honeurs waar te nemen. En getuige de vele malen, dat die nacht in de gezellige bar van het Globe Hotel het ’For they are jolly good fellows’ ten gehore werd gebracht, meen ik te mogen aannemen, dat de passagiers zich op waardige wijze van hun taak hebben gekweten. 

Verder is het leuk te vermelden, dat de bank waarvoor de heer Domenie werkte, ondanks de trots over de prestatie van de Uiver, die ook op haar afstraalde, toch haar bedenkingen had.

De heer Domenie had een zeer hoge positie bij de Hollandse Bank Unie. Men dacht hoe onverantwoord het zou zijn geweest, nadat er zoveel tijd en geld in deze man geinvesteerd was, hem toe te staan zulke onnodige risico’s te nemen. Daarom is er in contracten de volgende clausule opgenomen (vrij vertaald): 

‘De werknemer gaat ermee accoord, dat gedurende de tijd van dit contract, inclusief tijdens vakantie en in vrije tijd, alleen gebruik te maken van geregelde vluchten van respectabele en betrouwbare luchtvaartmaatschappijen. Alle andere vormen van luchtvaart, zoals experimentele vliegtuigen, zweefvliegen of enige vorm van lucht races, onder welke naam dan ook, zijn strikt verboden, en reden voor ontslag op staande voet.’

Er was geen manier om deze clausule verkeerd te interpreteren. De geschiedenis zou zich niet herhalen. Aan dit verbod wordt sindsdien gerefereerd als de ‘Uiver Clausule’, en het is nog steeds geldig.

Albury komt te hulp

Albury komt te hulp

 

Albury komt te hulp

 

Alle onnodige gewicht (stoelen, eten, post, passagiers, en zelfs de radioman en de bwk) werden achter gelaten

Het spoor dat het vliegtuig trok in de zompige modder

Thea Rasche neemt een foto van de burgemeester van Albury, Mr Waugh.

De rode Comet Grossvenor House over de finish in Melbourne. Scott and Campbell Black winnen de  Race. 71 uur vliegen!

De finish van de Uiver. Tweede plaats, en eerste in de handicap race.

De Boeing finishtals derde.

Ovationele ontvangst op Schiphol, Amsterdam.